Luchthavenbrandweer

„Safety first“ luidt de belangrijkste regel binnen het internationale luchtverkeer. Aan de luchthavenbrandweer komt hierbij een sleutelrol toe: volgens de ICAO (International Civil Aviation Organisation) mag er geen enkel vliegtuig op de luchthaven starten of landen zonder een permanent parate brandweer. De brandweer staat daarom garant voor de veiligheid op de luchthaven.

In geval van nood moet de luchthavenbrandweer binnen twee minuten met het eerste voertuig en binnen drie minuten met alle voertuigen ter plekke zijn. Hiertoe bezit de luchthaven een vloot van Panthers. Het betreft hier blusvoertuigen met een geconcentreerde kracht van circa 1000 pk en een gewicht van 40 ton.

Binnen 20 seconden moet de bemanning de kazerne verlaten. Op locatie toont de Panther, die een topsnelheid van 138 kilometer per uur haalt, diens kracht: 6000 liter per minuut met een werpafstand van ongeveer 100 meter. Deze slagkracht is 365 dagen per jaar dag en nacht inzetbaar. Met nog eens 23 voertuigen is de brandweer 24 uur per dag met circa 100 brandweermensen paraat.

De ICAO legt tevens de verplichting op tot het houden van grote noodoefeningen met tussenpozen van maximaal twee jaar. Hierbij kan bijv. de botsing van twee vliegtuigen gesimuleerd worden. Het doel hiervan is om procedures te trainen en steeds verder te optimaliseren.

Naast de verantwoordelijkheid voor mogelijke vliegtuigincidenten is de brandweer op het luchthaventerrein ook verantwoordelijk voor de brandbeveiliging van gebouwen, het verlenen van technische hulp bij ongelukken, de reddingsdienst, de brandpreventie, noodplannen en voor de EHBO post. De hoofdkazerne ligt bijna exact in het centrum van de luchthaven bij de verkeerstoren. Bij terminal 2 bevindt zich een tweede kazerne, die hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de brandbeveiliging van gebouwen. Ieder jaar komt de luchthavenbrandweer ongeveer vierduizend keer in actie.