Storm

In het luchtverkeer kan een storm vooral het starten en landen bemoeilijken. Heeft het vliegtuig daarentegen eenmaal zijn reisvlieghoogte bereikt, dan speelt de windsnelheid eigenlijk alleen nog maar een rol wat de reisduur betreft.

Bij de start en de landing hebben zware zijwinden een negatief effect. Hoe hoog deze zijwindcomponenten mogen zijn is afhankelijk van het vliegtuigtype. Als vuistregel geldt: vanaf 35 knopen is voorzichtigheid geboden. Ook windschering, d.w.z. rukwinden en afwisselende stijg- en daalwinden, kunnen het de piloot moeilijk maken en ertoe leiden, dat deze moet doorstarten of uitwijken naar andere luchthavens. Kleine vliegtuigen zijn hiervoor gevoeliger dan grote.

Keulen/Bonn verkeert in de gelukkige positie dat men beschikt over een zijwindbaan, zodat er kan worden uitgeweken voor zijwinden. Hoe bereidt een luchthaven zich voor op een storm? Vooral door het treffen van veiligheidsmaatregelen. Apparaten en voorwerpen moeten worden vastgemaakt, zodat deze niet in het rond vliegen.

De vleugels van kleine vliegtuigen worden verzwaard met autobanden, die zijn gevuld met beton. Geparkeerde vliegtuigen worden met hun neus in de wind gedraaid. De fa├žades van gebouwen worden gecontroleerd op bijvoorbeeld loszittende reclameborden. De grondafhandeling wordt aanzienlijk bemoeilijkt. Verrijdbare vliegtuigtrappen bieden bijvoorbeeld een belangrijk aangrijpingspunt. Grote vliegtuigen worden bijgetankt met het oog op de storm ter vergroting van hun gewicht.